Vlaams Belang Limburg

echt . onafhankelijk

Vlaams Belang Limburg - echt . onafhankelijk

DE SWOT OVER SALK

VLAAMS BELANG LIMBURG: SALK IN HET VIZIER

Brochure SALK - Vlaams Belang

Brochure SALK – Vlaams Belang

 

Hierna vindt u de visie van Vlaams Belang Limburg op de zorgwekkende sociaal-economische ontwikkelingen in onze provincie sedert oktober 2012. Wij houden constant de vinger aan de pols over de toestand en de initiatieven van – wat heet – “de beleidsmakers”. Deze tekst zal daarom in de komende maanden allicht meermaals geupdate worden.

Voor de goede orde: Vlaams Belang analyseert rapporten en studies opgesteld en uitgevoerd door gerenommeerde studiebureaus in opdracht van LRM, LSM, POM, enz.

Wat ons betreft moeten de machtspolitici knopen doorhakken. Voor alle duidelijkheid: politici moeten niet zelf ondernemen of zichzelf een voortrekkersrol aanmeten, maar een kader scheppen door regelgeving – soms nog liever: regelschrapping – of het ter beschikking stellen van financiële middelen. Hoe kleiner de lasten op bedrijven, hoe meer ruimte geschapen wordt voor ondernemen, en hoe minder de overheid financieel moet bijspringen.

De regeringen en bestuursniveaus die dit land rijk is moeten de middelen en de instrumenten aanreiken om uitvoering te geven aan de plannen. De politiek moet durven beslissen, hiervoor duidelijke, eenduidige en transparante regels uitvaardigen en deze vervolgens ten uitvoer brengen. De broodnodige investeringen om de beleidsbeslissingen uit het verleden te realiseren komen echter steevast veel te laat op gang, zeker en vooral in en voor Limburg. Het feit dat onze provincie er maar niet in slaagt om de rest van Vlaanderen bij te benen ondanks een zeer gunstige geografische ligging vormt hiervan het ultieme bewijs.

Indien men de blik op de toekomst van Limburg wil richten, kan men hic et nunc uiteraard niet voorbijgaan aan SALK.

A. STATUS QUAESTIONIS

1. Economie in Limburg

Prioritair in Limburg is de groei van de tewerkstelling, de gecontroleerde groei van industrieterreinen en last but not least de uitbouw van logistieke infrastructuur.

KMO’s zijn ontegensprekelijk onze economische motor en de kracht van Limburg. Ook microbedrijven zorgen voor een wezenlijke bijdrage aan het industrieel weefsel en een verankering van kapitaal en arbeid, en bijgevolg ook welvaart in onze provincie. Volgens cijfers van 2010 werden 45% (122.445) van alle jobs in Limburg aangeboden bij micro-ondernemingen en KMO’s, d.w.z. bedrijven met minder dan 50 werknemers.

 

Innovatie is een sleutelbegrip, maar kost in de praktijk veel tijd en geld. Tijd en geld die onze KMO’s niet hebben. Dit betekent dat hieraan voortdurend aandacht moet besteed worden door de beleidsmakers en de instrumenten die zij hiervoor in het leven geroepen hebben. LRM heeft hierin dus haar rol te spelen en ook de GIMV mag zich niet onbetuigd laten. Innovatie moet echter meer zijn dan alleen maar steun aan hoogtechnologische initiatieven.

Er moet voldoende beschikbare ruimte gecreëerd worden om te kunnen ondernemen tegen haalbare prijzen en voorwaarden. Brownfields dienen te worden gesaneerd en ontwikkeld. Afgedankte militaire domeinen moeten zo snel mogelijk veranderen van bestemming en hun industriële rol spelen in ons toekomstig economisch weefsel.

Limburg kan in de toekomst meer op de voorgrond komen als hinterlandregio van de “mainport Antwerpen”. Deze haven speelt aardig mee op de wereldmarkt, is het zicht van Vlaanderen op de wereld en bevoorraadt een groot stuk van Europa. Limburg is vanuit geografisch oogpunt ideaal gesitueerd om haar centrale rol te spelen als logistieke poort in de meest welvarendste Europese regio. Studies van LRM, POM, ERSV, NV De Scheepvaart en het Antwerps Gemeentelijk havenbedrijf wijzen dit uitvoerig uit. Met deze bedenking dat de logistieke poort Luik haar grootste concurrent is, en helaas ook een – vooral politieke –  hinderpaal voor verdere Limburgse ontplooiing.

Ondanks de 6 intussen doorgevoerde staatshervormingen spelen de versplinterde beslissingsbevoegdheden op gebied van o.a. verkeer en mobiliteit ons parten.

Maar zelfs de realisatie van projecten die vrijwel volledig op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest worden aangestuurd laat op zich wachten, zoals bijvoorbeeld het ENA-project (Economisch Netwerk Albertkanaal).

Het is essentieel dat Limburg voldoende middelen ter beschikking krijgt om een logistieke innovatieve inhaalbeweging te ondergaan. De universiteit dient haar verantwoordelijkheid op te nemen en haar innoverende karakter verder positief en actief terug te koppelen naar het bedrijfsleven.

De Limburgse ambitie mag niet verzanden in het getouwtrek van de machtsblokken en hun politieke vrienden. Zij moet hoger en verder reiken. Vlaams Belang Limburg kan zich niet van de indruk ontdoen dat het SALK-geld in feite reeds voor een groot stuk verdeeld is tussen de traditionele machtsblokken. Een nieuwe kapitaalsinjectie kan blijkbaar niet gebeuren zonder dat belangrijke spelers langs de kassa passeren. Er was de strategische blunder vanwege de Vlaamse overheid om al de Limburgse gemeenten zogenaamde ‘fiches’ te laten indienen, waarmee al meteen de perceptie ontstond dat iedereen in de pot zou mogen meegraaien, of het nu op bovenlokaal vlak Limburg al dan niet ten bate zou zijn of niet.

 

Vlaams Belang herhaalt dat LRM en LSM nuttige instrumenten kunnen betekenen voor de verdere sociaal-economische ontplooiing van Limburg. Het feit dat zij nog te vaak politiek aangestuurd worden maakt het noodzakelijk om regelmatig interne en externe controles te laten plaatsvinden. Eveneens is een kritische doorlichting nodig van de netwerken waarbinnen zij fungeren, waarvan zij zich bedienen, en ook laten bedienen.

 

2. Logistieke poort (?)

Limburg is en blijft ook nu weer de dupe van de laksheid van de federale en Vlaamse regering. Alleen een gestructureerde aanpak bij de wortels vanuit de hogere echelons van de sociaal-economische problemen in het algemeen en de oplossingen voor de Limburgse knelpunten in het bijzonder zou soelaas kunnen bieden.

Genk mag dan volgens SALK een betekenisvolle rol als trimodale logistieke poort krijgen, desondanks worden de voor de hand liggende conclusies niet getrokken door de beleidsmakers. Het provinciaal bestuursniveau heeft in het verleden reeds verwezen naar ‘Oost- en West-Limburg’, maar als puntje bij paaltje komt wordt uitsluitend melding gemaakt van de logistieke poorten van Born en Stein in – wat heet “Oost”, lees: Nederlands –  Limburg. Men maakt verder geen gewag van samenwerking. Dit is dus, althans voorlopig, een gemiste kans. Allicht steekt de logistieke poort van Luik hier een stokje voor, die men in Maastricht dan weer wel zeer goed weet liggen. Opnieuw een staaltje van de wijze waarop de Limburgse economische belangen in Vlaanderen en België vaak ondergeschikt gemaakt worden aan die van de Vurige Stede.

Anders gesteld is het in Nederland, waar bijvoorbeeld over het water in Limburg al 3 jaar binnenvaartschepen van de VIb klasse (vier lagen containers) behandeld worden in de trimodale poorten van Born en  Stein. In Genk is dit nog steeds niet mogelijk. De aanpassing van de hoogte van 8 bruggen over het Albertkanaal om deze schepen doorgang te kunnen verlenen laat op zich wachten. Tevens zijn de dokken aan het Albertkanaal momenteel slechts toegankelijk voor schepen tot maximum 2000 ton, terwijl dit 9000 ton zou moeten bedragen voor de VIb klasse.

Wat de spoorverbinding betreft is er maar sprake van 1 gerealiseerd traject op 4. Enkel de overbezette Montzen-lijn verbindt ons met Nordrhein-Westfalen in Duitsland. Om de haven van Zeebrugge logistiek te bedienen wordt een derde spoor naar Gent gerealiseerd, maar om de zeehavens van Zeebrugge, Gent en Antwerpen naar Duitsland degelijk te ontsluiten wordt niets ondernomen. De IJzeren Rijn via Noord-Limburg of, belangrijker nog, de lijn 20 via het Maasland blijven dode letter. Lanaken is enkel vanuit Nederland via het spoor bereikbaar maar heeft geen verbinding met de Belgische spoorweginfrastructuur. De verbinding van Genk met het noorden van de provincie en de IJzeren Rijn (lijn 18) is niet meer. Hasselt heeft geen rechtstreekse lijn met Antwerpen. De verbinding heeft over Beringen een enkel spoor en is niet geëlektrificeerd. 

Over de weg zijn nog maar 2 van de 4 beleidsbeslissingen genomen en in uitvoering. De Noord-Zuid verbinding in Houthalen-Helchteren en de aansluitingsweg van Sint Truiden met de E40 blijven maar aanslepen. De verbreding van de autosnelwegen E313 en de E314 is blijkbaar niet bespreekbaar, hetgeen de vlotte bereikbaarheid van Limburg met het centrum van het land grondig verstoort. De N78 is in rang gedegradeerd tot een secundaire weg waarvan het verkeer wordt afgeleid via de A2 in Nederland, een flessenhals van formaat met constant files tot gevolg. Het is nochtans diezelfde A2 waarlangs de logistieke poort Born gelegen is en waarlangs een rechtstreekse ontsluiting naar Vlaanderen zou kunnen tot stand gebracht worden. Het doortrekken van de Boslaan in Dilsen-Stokkem naar Born zou wenselijk zijn. Het betreft de weg waarlangs het industriegebied van ex-Siemens en ex- Bekaert gelegen is (dat in het SALK rapport gesitueerd wordt in Maasmechelen).

Rapporten van studiebureaus maken ook gewag van een te versnipperd en te weinig doelgericht beleid op regionaal niveau en bieden geen eenduidige en herkenbare logistieke positionering op de markt. Er is eveneens de te gebrekkige afstemming tussen de stakeholders en een zowel gefragmenteerde als onvoldoende concrete marketingstrategie.

Transport en groothandel zijn de twee meest opgang makende sectoren in de provincie. Als loutere doorvoerregio, en mede door de groeiende detachering van buitenlandse werknemers van o.a. uitgevlagde of buitenlandse ondernemingen levert dit maar weinig toegevoegde waarde op voor de Limburgse regio. Vanuit het hinterland-principe moet de regio een toegevoegde waarde kunnen creëren in een maakindustrie (3D-printing bijv.). De Limburgse regio beschikt overigens reeds over productiemiddelen voor het vervaardigen van machines en werktuigen, medische apparatuur en instrumenten, precisie- en optische instrumenten. Deze sectoren dienen verder ondersteund en ontwikkeld te worden, zoals met name Onderzoek & Ontwikkeling, meer bepaald R&D-afdelingen van bedrijven. Deze moeten grondig ondersteund worden door en in nauw samenwerkingsverband gebracht worden met ons Limburgs onderwijslandschap.

De heringebruikneming van de Ford-terreinen na de sluiting zal uiteraard eveneens een cruciale factor worden in de heroriëntering van het Limburgs economisch landschap. De vraag moet gesteld of hier ruimte kan gecreëerd worden voor een permanente handelsbeurs, van het type Frankfurter- of Kölner Messe, gericht op innovatie en duurzaam ondernemen.

Tot slot: het hart van het onderwijs in Limburg is gevestigd in Hasselt, en de industriële activiteit in Genk. In plaats van bijvoorbeeld te struikelen over wie een prestigieus kunstproject in de wacht mag slepen, zouden beide steden er beter aan doen om hun troeven op sociaal-economische en andere vlakken niet tegen maar mét elkaar uit te spelen. De hele provincie zal hier baat bij hebben.

3. Toeristische troeven

De combinatie van groen, landbouw, vee-  en fruitteelt met verblijfstoerisme mag niet te zeer op de proef gesteld worden. De open ruimte, Limburgs toeristische troef, mag evenmin ten prooi vallen aan verstedelijking en ongebreidelde hoogbouw. Explosieve groei van bouwgronden wordt door de gemeenten nog al te vaak gebruikt om de belastinginkomsten op te krikken.

De opdeling van de schaarse ruimte moet verder het broos evenwicht in stand houden tussen de verschillende geografische inkleuringen en bestemmingen. Een weldoordachte ruimtelijke ordening garandeert Limburg verder een toekomst als toeristische trekpleister.

Toerisme is een sector die plaatsgebonden is en dus hier blijft! Deze moet dan ook alle groeikansen krijgen. Een omzet van 1.1 miljard euro goed voor een marktaandeel van 21 % in het Vlaams Gewest en een tewerkstelling van meer dan 17.000 personen mag niet onderschat worden. Als ambitieuze groene regio moet men inspelen op de moderne communicatiekanalen en het aantal en de kwaliteit van de 4 miljoen overnachtingen willen verhogen, verbeteren en diversifiëren. Kennis van talen (met ook de nodige aandacht voor het Duits) is een Vlaamse troef, zeker in Limburg, en deze speelt een cruciale rol om een breder publiek te kunnen aanspreken.

4. Onderwijs

De Vlaamse regering, bevoegd voor onderwijs, heeft een zware verantwoordelijkheid om voor Limburg het tij te doen keren. Er is nood aan een onderwijsbeleid met oog voor  synergie tussen degelijk technisch onderwijs, sterke hogescholen en het universitair en academisch niveau, voldoende gericht op het bedrijfsleven. Degelijk onderwijs moedigt een dynamisch ondernemerschap aan en zet in op creativiteit en economische diversiteit, faciliteert en moedigt eigen onderzoek aan (Limburgs spoor en verbreding E313 en 314) en industriële vernieuwing (nanotechnologie bijv.).

Het feit dat technische richtingen en het beroepsonderwijs in onze maatschappij lager aangeschreven staan dan het algemeen secundair onderwijs is voor een groot deel te wijten aan het onderscheid tussen arbeiders- en bediendenstatuten. Het verschil in perceptie strookt helemaal niet meer met de huidige realiteit. Ook daarom moeten beide statuten snel en volledig worden gelijkgeschakeld, maar niet op de inconsistente en ondoordachte wijze waarop de huidige federale regering tewerk is gegaan tot op heden.

Op kortere termijn moeten veel meer inspanningen geleverd worden inzake het wegwerken van de taalachterstand bij allochtone leerlingen. De initiatieven die op dit vlak reeds werden genomen op provinciaal niveau zijn onvoldoende. Taalachterstand resulteert immers onvermijdelijk in leerachterstand en schoolmoeheid. De invoering van taalbadklassen voor leerlingen met taalproblemen, het liefst zo vroeg mogelijk in de schoolloopbaan, helpt kort op de bal te spelen om leerproblemen in de kiem te smoren en alle toekomstkansen open te houden voor taalzwakkere leerlingen. Minder leerproblemen betekent een grotere kans om af te studeren met een diploma, waardoor de ongekwalificeerde uitstroom bij allochtone leerlingen vermindert en er dus minder kans is om in de (langdurige) werkloosheid terecht te komen.

Opleidingen dienen om competenties te versterken, in het kader van levenslang leren. Onderwijs moet onderwijs blijven en niet een middel zijn om alle problemen van maatschappelijke, economische en persoonlijke aard op te lossen. Op die manier gaan teveel lesuren verloren. De doelstelling is vorming, niet manipulatie van de geest. Jongeren moeten opgroeien als flexibel ingestelde, verantwoordelijke, kritische individuen met een besef van algemeen geaccepteerde normen en waarden van en in de moderne Westerse samenleving.

Last but not least moet onderwijs gericht zijn op het begeleiden van jong talent naar zelfstandig ondernemerschap, door nauwe interactie tussen onderwijsveld en werkgeversorganisaties.

5. Prioritaire actiepunten

Afstoppen van ongekwalificeerde instroom in de arbeidsmarkt.

Zoeken naar formules die het verdringingseffect op de eigen arbeidsmarkt door goedkopere buitenlandse arbeiders afremmen (bijv. in de bouw-, de schoonmaak en de transportsector).

Een algemene intensieve aanpak van de werkloosheidsproblematiek voor heel Limburg met een duidelijke focus op de mijnregio;

Optimaliseren activeringsbeleid:

–          Actieve screening van werklozen in functie van hun competenties – onmiddellijk of waar nodig via bijscholing of omscholing. Dit zal gekoppeld moeten worden aan een verhoging van de opleidingscapaciteit.

–          Inzetten van ‘jobcoaches’: gemotiveerde en geëngageerde mensen die werklozen – in het bijzonder werkloze jongeren – op weg naar werk helpen en ervoor zorgen dat ze hun job (kunnen) vasthouden.

–          Actieve jobhunting: het detecteren van jobs die in Limburg vacant zijn, of die buiten de provincie vacant zijn en waar werklozen uit Limburg naar toe geleid kunnen worden. Naast de focus op knelpuntberoepen (voornamelijk technische beroepen, bouw, …) bedoelt het Vlaams Belang onder andere ook grote aantallen jobs die vacant zijn bij de NMBS, de strijdkrachten, de zorgsector, …

–          Ondersteunen van starters, jonge ondernemers en scholieren met interesse voor ondernemerschap.

Begeleiden van werknemers op de arbeidsmarkt:

–          Realiseren van een expertisecentrum rond opvoedingsondersteuning en leerbegeleiding met als doel enerzijds expertise bundelen over de aanpak van de problematiek van de schoolse achterstand en anderzijds het vinden van antwoorden op de toenemende school- en arbeidsmarktproblemen van een in getal sterker wordende groep allochtone nieuwkomers en kinderen met leerproblemen in het algemeen.

–          Inzetten op attitudetraining en het voorkomen van attitudeproblemen (een niet te onderschatten en toenemend fenomeen), alsook scholing van werkloze jongeren. Dit is een noodzakelijke voorwaarde om de grote groep jongeren die nu reeds werkloos is en die de eerstvolgende jaren op de arbeidsmarkt moet komen niet verloren te laten gaan voor de toekomst. Hiervoor zijn aangepaste trajecten nodig die attitudevorming combineren met het leren van technische vaardigheden.

–          Inzetten op een preventieve en effectieve aanpak van taal-, ontwikkelings- en onderwijsachterstand. Dit kan uiteraard niet los gezien worden van de sinds jaar en dag reeds falende migratiepolitiek.

Begeleiden van micro-ondernemingen en KMO’s in moeilijkheden:

–          Depistagedienst van de handelsrechtbanken meer en betere omkadering bieden.

–          Soepele regeling uitwerken en afspreken tussen enerzijds de financiers (banken) en anderzijds de overheid (handelsrechtbank, RSZ en BTW diensten).

–          De provincie Limburg moet in haar geheel een beschermde zone worden met fiscale, sociale en RSZ-voordelen voor wie investeert en personeel in dienst neemt.

–          Middenstand en ondernemersorganisaties inzetten in bemiddelingsactiviteiten.

B. DE “SWOT” OVER SALK

The duty of an opposition is to oppose…

Het Vlaams Belang neemt de taak op zich om het nieuwe plan dat Limburg op de economische rails moet krijgen aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Aan de hand van een SWOT-analyse worden de zwaktes en bedreigingen blootgelegd, zonder evenwel de sterkte en de mogelijkheden van SALK uit het oog te verliezen.

1. Sterkte: snelle politieke reactie op stevig wetenschappelijk gefundeerde basis

Het SALK-project is op korte termijn in de steigers gezet na de aangekondigde sluiting van Ford Genk, en aldus ging er nauwelijks tijd verloren. Het doet ons trouwens vermoeden dat sommigen reeds op de hoogte waren van het nakend onheil, gelet op het feit dat er vrij snel werd gereageerd. Academici hebben het voortouw mogen nemen bij de voorbereiding, waardoor spoedig een objectief en voldoende geactualiseerd analytisch overzicht van de pijnpunten op sociaal-economisch vlak in Limburg werd verkregen. Ook al is SALK nu reeds eigenlijk het 4de – of toch minstens het 3de – “Grote Plan” (1) dat op getouw gezet wordt sedert de mijnsluitingen, blijft het project een meerwaarde bieden, namelijk omdat men minstens de intentie heeft om opnieuw planmatig en gestructureerd te werk te gaan. Er dient echter onmiddellijk te worden gewaarschuwd voor het risico dat de recente stemmingmakerij tegen onze Limburgse werkgevers vanwege politici en het ontslag van topman Nihoul wegens onduidelijkheden betreffende diens statuut een hypotheek op efficiënte uitvoering van (datgene wat positief is aan) SALK kan leggen.

2. Kansen: jobs, jobs, jobs!

SALK biedt de mogelijkheid om het economisch profiel van Limburg definitief te hertekenen op maat van de 21ste eeuwse economie, zulks binnen een welvarende Vlaamse regio in een nog steeds economisch sterk Europees continent. De heroriëntering die specifiek nodig is voor de provincie Limburg kan mits de beloofde kapitaalinjectie een sprong voorwaarts betekenen. Het indammen van de werkloosheid, vooral bij jongeren en allochtonen, zou mogelijk op termijn kunnen aantonen dat de inpassing in Limburg niet op dezelfde dramatische wijze mislukt is als in de grootsteden. Let wel: zolang men niet de fout begaat door te opteren voor “stedelijkheid” als de oplossing voor de problemen in en van Limburg!

3. Gebreken: meer aandacht voor blitse carrosserie dan voor extra pk’s in de motor

Eerst en vooral zijn er de overheden buiten Limburg die in gebreke blijven, met daarenboven de nodeloze en nutteloze versplintering van bevoegdheden tussen provincie en vooral Vlaamse en federale echelons, waarbij evenmin de toenemende bemoeienissen van het EU-niveau mogen vergeten worden.

Federaal is er de loonkostenhandicap, tezamen met de fiscale en parafiscale druk, die overigens steeds meer naar “over-druk” neigt. Deze giftige taksen-en-lasten-cocktail is nog sterker voelbaar in een provincie die vaak eerder dan elders druk ervaart omwille van de inbedding in de Euregio.

Ook weze opgemerkt dat de Limburgse gemeenten bijzonder karig bedeeld worden uit de pot van het Vlaams Gemeentefonds. Een bewijs van gebrekkige slagkracht buiten Limburg vanwege de machtsdragers van Limburg.

Het is eveneens een teken aan de wand dat de grote spelers uit het sociaal-economische veld eind 2013 een gezamenlijke oproep gelanceerd hebben om de stiefmoederlijke behandeling van onze provincie door de NMBS een halt toe te roepen. Dit zegt alweer veel over het politiek gewicht van politici die in Limburg de oligarchische plak zwaaien maar in Brussel duidelijk tekortschieten als het er op aankomt de belangen van onze provincie als prioriteiten te doen aanvinken in de federale en Vlaamse beleidsplannen.

Er dient overigens op gewezen te worden dat de minieme ontsluiting van geheel Vlaanderen per spoor in schril contrast staat met de uitwegen waarover het zuidelijk landsgedeelte van België beschikt. Wallonië telt liefst 9 internationale spoorovergangen: 4 naar Frankrijk, waarvan 2 HST-lijnen, 2 naar Duitsland, 2 naar Luxemburg en 1 naar Nederland. Vlaanderen moet het stellen met 2 lijnen, met name 1 HST-lijn via de Noorderkempen en 1 lijn naar Roosendaal.

Limburg zou in feite een voortrekkersrol moeten kunnen spelen op het vlak van snelle spoorverbindingen naar het buiten- en vooral het hinterland, maar tuft schier letterlijk achteraan het al korte Vlaamse spoorlijnstaartje, als het ware te vergelijken met… een boemeltram (nota bene: meer over Spartacus verder in deze tekst).

De hoger vermelde versplintering van bevoegdheden binnen België is één spijtige zaak, maar de traditionele partijen vinden het nodig om in Limburg ook de relatief schaarse middelen te saucissoneren. Dit geeft als resultaat het uitzicht van de traditionele bollenwinkel, waarbij provincialisme en amateurisme om de hoek loeren.

Tenslotte is er nog het soms ergerlijke EU-niveau dat intussen al heel wat meer macht concentreert en genereert dan mogelijk of wenselijk is (2).

Momenteel besteedt SALK nog teveel middelen aan de verfraaiing van de Limburgse “carrosserie”, d.w.z. aan prestigeprojecten waar het gros van de Limburgers geen boodschap aan heeft, laat staan enig betekenisvol voordeel. Het handelt hier bijvoorbeeld over Terhills in het Maasland, de Avonturenberg in Beringen, en last but not least Spartacus. De 234 miljoen euro die verkwanseld wordt aan een tramlijn zou beter besteed worden aan de verhoging van het totale SALK-budget. Dat bedraagt momenteel 317 miljoen euro, en zou dus dankzij het Spartacuskapitaal kunnen verhoogd worden met driekwart, namelijk tot meer dan 540 miljoen. Dit totaalbedrag zou vervolgens beter geïnvesteerd worden om de “motor” die de Limburgse economie is te versterken, terwijl in de actuele stand van zaken te weinig aandacht wordt besteed aan de versterking van het KMO-landschap en de uitbouw van een netwerk van micro-ondernemingen met een voldoende grote niche voor jonge starters.

De onevenredig grote investeringen voor detailprojecten ontnemen SALK zijn planmatige aanpak en tasten het globaal karakter van zijn opzet aan, waardoor het project à la limite het uitzicht verkrijgt van petit-bric-à-grand-brac.

In dit verband zien we weer de aloude wafelijzerpolitiek opduiken en toont Limburg zich opnieuw als het kleine Wallonië. Nadat SP.a, CD&V en VLD zich in het verleden tegoed konden doen aan de vetpotten, krijgt N-VA-burgemeester Brepoels in Bilzen 6,3 miljoen SALK-geld voor renovatie van de rentmeesterswoning in Alden Biesen. Vanuit globaal oogpunt een serieuze valse noot in de tot op heden al middelmatig klinkende SALK-symfonie.

In menig opzicht kan SALK samengevat als een tweederangsprothese beschouwd worden waarmee de mank lopende Limburgse economie zich nu moet behelpen. De trauma’s uit het verleden en de ongezonde federale en Vlaamse omgeving leiden ertoe dat de Limburgse patiënt zich misschien tijdelijk beter zal voelen, maar… zal deze ook genezen?

4. Bedreigingen: een giftig geschenk?

Op middellange termijn zou SALK paradoxaal genoeg een vloek kunnen betekenen. Verkeerde strategische keuzes die men vandaag maakt en alweer een slechte besteding van middelen door kortzichtigheid en een gebrekkige visie vanwege het machtsbestel zou van het SALK-geld uiteindelijk een giftig geschenk kunnen maken. Hoe erg het ook moge klinken: SALK zou een versnelling achteruit kunnen betekenen en de achterstand nog vergroten. Dit is namelijk reeds het zoveelste plan voor onze provincie, en de Limburgse machtspartijen zijn ondanks de eerdere Grote Plannen niet in hun opzet geslaagd. Het jojo-effect uit het verleden doet vermoeden dat het niet dankzij de traditionele partijen maar ondànks henzelf is dat Limburg enkele malen even kon aanklampen, om dan helaas toch weer de rol te moeten lossen.

Het risico bestaat bijvoorbeeld dat de hoger genoemde prestigeprojecten de al fel door pestbelastingen en dito -regels geplaagde horeca-sector in de handelskernen en shoppingcentra nog verder gaan leegzuigen.

Hier bovenop zou de Spartacus-tram – voor zover ooit voldoende bezet en dus rendabel, hetgeen overigens twijfelachtig is – wel eens meer koopkracht uit Limburg en Hasselt kunnen wegzuigen naar Maastricht dan omgekeerd. De keuze vanwege de Vlaamse regering en de traditionele partijen voor een tram in Limburg is bijna op tragikomische wijze symbolisch te noemen. Dit geldverslindend project slokt veel teveel middelen op voor een nu reeds zo goed als vaststaande karige return en een al te bescheiden nut, al zeker in het licht van de ondermaatse ontsluiting van Noord-Limburg per spoor, maar ook in globaal Limburgs perspectief. Spartacus is geen kans, maar een bedreiging, geen in-vestering, maar een on-vestering, voor de verdere ontplooiing van de Limburgse mobiliteit. Deze laatste kan pas – letterlijk – uit-sluitend (en ont-sluitend) succesvol op de rails gezet worden via de uitbouw van het Limburgs treinspoor. Alleen deze laatste vervoersmogelijkheid kan Limburg op de mobiliteitskaart plaatsen zoals het hoort. Het spoor in Limburg dreigt door Spartacus echter voor vele decennia in de vergeetput te belanden, omdat de tramlijn door hogere overheden voor lange tijd kan aangewend worden als excuus om niet langer te investeren in treinspoorlijnen. Het Vlaams Belang roept de traditionele partijen op om dringend hun tunnelvisie (tramvisie?) in zake Spartacus op te geven.

In de marge van het SALK-verhaal wil Vlaams Belang wijzen op de verontrustende uitspraken op provinciaal niveau, waar niet alleen gepleit wordt voor de inderdaad gewenste samenwerking tussen gemeenten, maar ook voor het totaal ongewenste concept “stedelijkheid”. Hiertegen dient een luid en duidelijk “neen” te klinken. De aard en de geografie van onze provincie laten eerst en vooral niet toe dat zij gespiegeld wordt aan Antwerpen of Brussel.

Limburg kent helaas reeds een aantal specifieke maatschappelijke problemen die grootsteden zo nefast kenmerken, en het mag niet de bedoeling zijn om dit nog te versterken. Men kan zich afvragen in hoeverre men erin zal slagen op welke – overigens geforceerde – wijze men Limburg met een dergelijke wereldvreemde visie zal veranderen (verminken!). Deze provincie moet zichzelf blijven en kracht putten uit haar groene karakter, haar mooie dorpen met een krachtig sociaal weefsel (dat in steden vaak ontbreekt of al te broos en zwak is!) en haar eigen mentaliteit. Vlaams Belang pleit dus eerder voor ont-stedelijking dan voor ver-stedelijking.

De afwezigheid tenslotte van afdoende federale, Vlaamse en Europese maatregelen met het oog op het indijken van immigratie vormen een bedreiging van de welvaart. Enerzijds is er de instroom van goedkope werkkrachten en sociale dumping, anderzijds de komst van armoezaaiers en gelukzoekers van buiten maar tegenwoordig vooral ook van binnen de EU. Deze fenomenen kunnen de gewenste return van SALK op sociaal vlak zo goed als teniet doen in nauwelijks enkele jaren tijd.

Tenslotte zou de vlucht van (niet zozeer de grote, maar vooral de kleine en de middelgrote) ondernemingen uit Limburg naar lage loonlanden nochtans voor een aanzienlijk deel een halt toegeroepen kunnen worden door een daadwerkelijke immigratiestop.

 

C. POLITIEK BESLUIT

Het Vlaams Belang benadrukt dat SALK slechts een druppel op een hete plaat of een doekje voor het bloeden blijft, namelijk indien de hogere overheden nalaten om de broodnodige maatregelen te treffen die de Vlaamse economie in haar geheel en deze van Limburg in het bijzonder aanzwengelen. In dit verband blijven wij hameren op de noodzaak om minstens homogene bevoegdheidspakketten af te bakenen, zoals vooropgesteld door de 5 resoluties van het Vlaams Parlement in 1999. Dit slechts uiteraard voor zover de Vlaamse onafhankelijkheid nog niet onmiddellijk intreedt en er dus een tussenstap zou gezet worden in afwachting dat België voorgoed ordelijk wordt opgedeeld.

 

(1) Als eerste de “Reconversie Limburg” eind jaren ’80, vervolgens het “Limburgplan” medio jaren ’90 en recent nog het “Limburgplan bis” (najaar 2011).

(2) Europa-Manifest. (2012). Uitgegeven door G. Annemans, voorzitter Vlaams Belang.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail
Category: Nieuws